Author: Treasury-linQ

Overlijden van collega Jan Hartman

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Hilversum, 3 april 2020.

Tot ons grote verdriet moeten wij helaas berichten dat op woensdag 1 april 2020 onze gewaardeerde collega Jan Hartman op 66 jarige leeftijd is overleden. Door diverse aandoeningen is de gezondheid van Jan de afgelopen tijd hard achteruit gegaan. Natuurlijk veel te jong om er tussen uit te gaan en wat zal het een gemis zijn voor zijn familie, vrienden en kennissen. Wij zijn in gedachten bij hen. Wij zullen hem herinneren als die vrolijke, joviale en hele fijne collega. Geruime tijd verzorgde Jan ten behoeve van onze relaties zijn analyses van de financiële markten op zijn geheel deskundige en eigen wijze. Jan Hartman wij zullen je missen. R.I.P.

Het condoleance adres luidt:

Fam. Hartman

Middelhoeve 49

3438 MG Nieuwegein

 

Hartelijke groeten,

Namens het Treasury-linQ team.

Euribor wordt op korte termijn vervangen door Alternative Reference Rates (ARR)

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Hilversum, oktober 2019.

De Euribor (Euro Interbank Offered Rate) is een benchmarktarief gebruikt op de geld- en kapitaalmarkt waartegen interbancaire termijndeposito’s aangeboden worden door de ene bank aan de andere bank. Dit benchmarkt tarief wordt ook in veel lening- en derivatendocumentatie gebruikt.

Volgens de Europese Effecten en Markten Autoriteit (ESMA) was er echter te weinig controle op het proces van vaststellen van de EURIBOR en daarnaast legde de Europese Commissie (EC) in december 2013 ruim 1 miljard Euro aan boetes op voor drie grote banken wegens manipulatie bij het vaststellen van de Euribor.

Hierom heeft de ECB besloten om EURIBOR en andere rentetarieven te vervangen door nieuwe rentes hetgeen een grote impact zal hebben voor de financiële wereld.

EURIBOR zal op korte termijn vervangen worden door een ‘Alternative Reference Rate’ (ARR). De ARR zal gebaseerd worden op daadwerkelijk uitgevoerde (lening)transacties en niet zoals EURIBOR en LIBOR op quotes van participerende banken.

De International Swaps and Derivatives Association (ISDA) en Loan Market Association (LMA) zijn momenteel bezig om deze aanpassingen te verwerken in hun standaard documentatie.

Deze transitie zal in principe iedereen raken die werkt met lening- en derivatendocumentatie en dit zal leiden tot een andere pricing methodologie voor derivaten, leningen en cash pools.

Daarnaast is er een juridische impact omdat bestaande derivatencontracten aangepast moeten worden (ISDA, CSA, cash pooling). Ook is er ook een systeem-impact voor de bedrijven die Treasury Management Systemen gebruiken. De gehanteerde curves en modellen zullen aangepast moeten worden.

Wij zijn u graag van dienst bij het vervangen van referentierentes van EURIBOR naar ARR in uw juridische documentatie en wij kunnen desgewenst gelijk een ‘quick scan’ doen van uw derivaten- en leningendocumentatie.

Hoge Raad geeft richtlijnen voor dwaling bij renteswaps

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Hilversum, 1 juli 2019.

Blog van samenwerkingspartner mr. Rik Harmsen, Regulus Advocatuur:

De rechtbank Amsterdam, waar veel renteswapzaken aanhangig zijn, heeft in september 2019 zogenaamde prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Op 28 juni 2019 heeft de Hoge Raad de vragen beantwoord. Deze antwoorden zijn van belang voor procedures waarin een beroep op dwaling is gedaan.

Wat leren we van deze antwoorden?

1.      De mededelingsplicht van de bank en de onderzoeksplicht van de klant

Als een bank een rentederivaat aanbiedt aan iemand die daarover geen specifieke deskundigheid heeft, en ook niet verondersteld mag worden te hebben, moet de bank voldoende duidelijke inlichtingen verschaffen (mededelen) om ervoor te zorgen dat de klant tijdig inzicht kan krijgen in de wezenlijke kenmerken en risico’s. Aan de hand van de omstandigheden van geval zal moeten worden vastgesteld welke informatie ten minste verstrekt moet worden. De klant moet de verstrekte informatie ‘aandachtig en met de nodige oplettendheid’ bestuderen. Als er een mondelinge toelichting is gegeven moet de klant ook daarvan aandachtig kennisnemen. Zijn er daarna nog onduidelijkheden bij de klant, dan dient de klant daarover vragen te stellen. Daarbij geldt dat de klant mag afgaan op de juistheid van de door de bank gedane mededelingen.

2.      Dwaling ook mogelijk als geen nadeel is geleden

Voor een succesvol beroep op dwaling is niet vereist dat er daadwerkelijk nadeel is geleden. Voldoende is dat degene die zich op dwaling beroept stelt en aannemelijk maakt dat hij zonder de dwaling de overeenkomst (of een onderdeel daarvan) niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten.

3.      De gevolgen van een succesvol beroep op dwaling

Een geslaagd beroep op dwaling leidt ertoe dat de renteswap met terugwerkende kracht wordt vernietigd. De op grond daarvan over en weer verrichte prestaties moeten dan ongedaan gemaakt worden. Hiervoor bestaan er twee methoden: de ‘geldstroomuitleg’ en de ‘risico-uitleg’.

a.      De geldstroomuitleg

Wanneer de dwaling betrekking had op het afdekken van het renterisico als zodanig, of op de omvang van de afdekking (met andere woorden: de klant zou zonder de dwaling zijn renterisico helemaal niet, of voor een kleiner gedeelte hebben afgedekt), dan is het gerechtvaardigd dat de klant in de positie wordt gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als hij het renterisico niet, respectievelijk niet geheel, zou hebben afgedekt. De door de klant betaalde vaste rente en de door de bank betaalde variabele rente moeten dan terugbetaald worden (m.b.t. het gedeelte waarvoor het renterisico zonder dwaling niet zou zijn afgedekt). De klant kan hierdoor alsnog profiteren van de gedaalde Euribor.

b.     De risico-uitleg

Indien de dwaling betrekking heeft op andere aspecten en niet op de afdekking van het renterisico als zodanig, is het niet gerechtvaardigd dat de klant achteraf alsnog profiteert van de gedaalde Euribor. In dit geval moet onderzocht worden voor welke alternatieve wijze van afdekking van het renterisico gekozen zou zijn en dient de klant vervolgens in de positie gebracht te worden alsof hij die keuze zou hebben gemaakt. Immers, in een dergelijke situatie moet ervan uitgegaan worden dat partijen wel degelijk beoogd hebben dat de bank het risico van een verhoging van de rente geheel of gedeeltelijk van de klant heeft overgenomen. Deze vorm van herstel wordt de ‘risico-uitleg’ genoemd.

Als er naast dwaling ook sprake is geweest van schending van een bijzondere zorgplicht, dient de bank de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden. Dit geldt alleen voor zover die schade niet reeds is weggenomen door de ongedaanmaking van de over en weer verrichte prestaties.

4.      Is dwaling over de bankmarge mogelijk?

Als de dwaling betrekking heeft op de (niet vooraf gemelde) aanwezigheid van een bankmarge als onderdeel van de vaste rente, zal het beroep op dwaling in het algemeen niet opgaan. Vaak is er dan geen causaal verband tussen de dwaling en het aangaan van de overeenkomst (bij een juiste voorstelling van zaken zou de klant deze overeenkomst niet gesloten hebben) of wordt niet voldaan aan de eis dat de bank bij het aangaan van de renteswap moest begrijpen dat de eigenschap waarover is gedwaald (de bankmarge) voor de klant van beslissende betekenis was.

De door de klant te betalen vaste rente vormt immers een van de kernprestaties en is als zodanig een relevant gegeven voor de beslissing tot het al dan niet aangaan van de renteswap. Uit welke componenten die vaste rente is opgebouwd, zal over het algemeen niet of minder van belang zijn voor de klant. De klant besloot immers om voor de afdekking van het renterisico de vaste rente te accepteren. Dit geldt vooral wanneer er onderhandeld is over de vaste rente, waarbij vele factoren een rol spelen en partijen niet altijd inzicht hebben in elkaars beweegredenen.

In bijzondere omstandigheden kan dit anders zijn, bijvoorbeeld wanneer de bankmarge en/of de opbouw van het vaste rentetarief bij het aangaan van de renteswap expliciet aan de orde is geweest. De klant zal die bijzondere omstandigheden dan moeten aanvoeren. Daarbij is van belang dat bekend verondersteld mag worden dat in de prijs van een door een bank aangeboden product een bankmarge is verdisconteerd.

Meer uitspraken verwacht

Met deze antwoorden heeft de Hoge Raad enkele richtlijnen gegeven voor de toepassing van het leerstuk dwaling bij renteswaps. En binnenkort zijn in minstens twee andere zaken uitspraken van de Hoge Raad te verwachten. Het is afwachten of de rechtspraktijk met deze richtlijnen voldoende uit de voeten kan. Naar mijn ervaring bestaan er zeer veel verschillende situaties. De huidige richtlijnen geven lang niet voor alle vragen een duidelijke oplossing. De Hoge Raad zal ongetwijfeld nog vaker moeten oordelen over rentederivaten.

Herstelkader Rentederivaten: antwoord op vragen agrariërs

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Herstelkader Rentederivaten: antwoord op vragen agrariërs

Volgens Rob Bekker, finance- & treasury consultant bij adviesbureau Treasury-linQ hebben veel ondernemers in de agrarische sector vragen over het Herstelkader Rentederivaten. Hij probeert de meest gestelde te beantwoorden. Zeker 20.000 MKB’ers, waaronder een grote groep agrariërs, kochten in het verleden rentederivaten om hun renterisico af te dekken. Daarbij is geleund op de adviesrol van de warme bankrelatie die vaak generaties lang in stand wordt gehouden. Nu blijkt dat er fouten zijn gemaakt, hebben de autoriteiten in 2016 aangestuurd op compensatie. Wij merken dat het intact houden van de huidige bankrelatie een belangrijke wens is binnen deze sector. Die relatie heeft zich, generatie op generatie, ontwikkeld tot een belangrijke adviesrol en die wil men niet kwijt. In dat opzicht is men voorzichtig als het gaat om advies rondom het Herstelkader Rentederivaten. Toch wijst bankonafhankelijk advies uit dat het bedrag waar de agrariër recht op heeft vaak lastig is vast te stellen. Ook bij de boekhouder ontbreekt vaak de benodigde expertise in deze complexe materie. Kloppen de aannames van banken? Dit is een cruciale vraag, want in de praktijk blijkt dat de aanbieding niet altijd juist is. Banken onderstrepen zelf ook het belang van een goede controle van de gehanteerde aannames en de door hen voorgestelde compensatie. Intussen hebben wij al diverse herstelaanbiedingen gezien met behoorlijke verschillen in uitkomst en interpretatie.  Een onafhankelijke controle kan veel verschil maken. Kan ik afwachten tot een aanbod of moet ik een actieve houding aannemen? Veel klanten hebben inmiddels een voorschot ontvangen en zijn nu een lange tijd in afwachting van een algeheel aanbod op basis van alle stappen. Door een actieve houding aan te nemen en bankonafhankelijk advies in te schakelen, bereid je je goed voor op het aanbod dat je van de bank ontvangt. Heel belangrijk aangezien de aanbieding een beperkte geldigheidsduur heeft. Snelle reactie is dus vereist. Onafhankelijke adviesbureaus kunnen tevens ondersteunen in het verdere traject door naast advies ook de eventuele verschillen in een reactie naar de bank nader toe te lichten. Schaadt het mijn bankrelatie als ik een adviseur inschakel? De lokale relatiemanager is slechts indirect betrokken bij de behandeling van individuele dossiers aangaande het Herstelkader Rentederivaten. Bij banken zijn speciale teams aangesteld die zorg dragen voor dit onderdeel. Zij zijn vanuit het hoofdkantoor op één plek in het land ingericht puur om individuele dossiers inhoudelijk te behandelen.  De bankrelatie komt bij het inschakelen van bankonafhankelijk advies niet in gevaar. Is een second opinion van mijn boekhouder of accountant betrouwbaar? In eerste instantie stapt men naar de eigen bankrelatie met vragen over het Herstelkader en wordt voor een second opinion bij de boekhouder of accountant aangeklopt. Vanwege de complexiteit van het Herstelkader, kunnen zij de materie veelal niet voldoende doorgronden. Het advies kan afwijken van waar men echt recht op heeft en dat scheelt al snel duizenden Euro’s. Accountancy houdt zich bezig met vastleggen van resultaten over een voorgaande periode, terwijl Treasury de blik vooruit heeft gericht op o.a. cash en cash flow en het beheersen van de factoren die daarop invloed uitoefenen. Twee verschillende benaderingswijzen en disciplines. Aanvullend advies is zeker op zijn plaats.

Semi-publieke organisaties grijpen mis bij herstelkader rentederivaten

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Om het MKB te compenseren voor het in het verleden afsluiten van rentederivaten, is het HerstelkaderRentederivaten ontstaan.  Maar in de praktijk is dit kader volgens Jan Rietveld van Treasury-linQ onvoldoende dekkend. ‘De semi-publieke sector valt buiten het Herstelkader, terwijl deze sector al in 2013 in de AFM Rapportage Rentederivaten is opgenomen tezamen met het MKB. De verwachting is dan ook dat er in de nabije toekomst ook voor deze sector naar een vorm van herstel gekeken zal worden.’ In het verleden kochten 20.000 MKB’ers kochten in het verleden rentederivaten om hun renterisico af te dekken. Daarbij zijn fouten gemaakt.  De autoriteiten hebben daarom in 2016 aangestuurd op compensatie, waaruit het Herstelkader Rentederivaten is ontstaan.  Hierin staat hoe banken beoordelingen moeten uitvoeren en welke herstelacties nodig zijn om het MKB te compenseren. ‘Maar hoe zit het met kleine en middelgrote organisaties uit de semipublieke sector?,’ vraagt Rietveld zich af, die inmiddels diverse accountantorganisaties heeft bijgepraat over hoe ze klanten met rentederivaten moeten bijstaan.

Geen professionele tegenpartij

Semi-pubiek wordt volgens hem nu behandeld als professionele tegenpartij van banken. ‘Als organisaties een balanstotaal van boven de 20 miljoen en vastgoed van meer dan 10 miljoen in hun bezit hebben, dan vallen ze buiten het Herstelkader’, aldus Rietveld. ‘Dat is al snel zo in het geval van middelgrote en kleine woningbouwverenigingen, maar ook in het onderwijs en de zorg. Toch hebben ze vaak niet veel meer derivatenkennis dan MKB’ers.’ Zoals de AFM in 2013 al aangaf in haar Rapportage Rentederivaten: ‘Voor een groot deel van de instellingen binnen de publieke sector geldt dat zij op basis van hun omvang classificeren als professionele cliënt volgens de MiFID-criteria. Hierbij wordt verondersteld dat professionele cliënten over de nodige kennis en ervaring beschikken. In de praktijk is echter gebleken dat dit niet altijd het geval is.’ Hierbij wordt de kans op aanschaf van niet-passende producten groter.

Verpakt in lening

Rietveld legt uit waarom dat juist zo belangrijk is. ‘Het probleem met rentederivaten is dat ze zeer lastig te waarderen en transparant te maken zijn. Vaak zijn de derivaten verpakt in een lening, een zogenaamde gestructureerde lening, wat het nog ondoorzichtiger maakt. De gevolgen voor toekomstige rentelasten en herfinancieringsrisico zijn daarmee voor deze sector onduidelijk.’ In de praktijk ziet Rietveld dan ook dat veel semipublieke instellingen zitten opgescheept met een naar de toekomst risico verleggend product met vaak hele lange looptijden en producten die niet gericht zijn op het afdekken van het renterisico maar op speculatie (verlagen rentekosten door het aangaan van nieuwe risico’s) en bijstortverplichtingen. ‘Ook dit is al in 2013 door de AFM onderkend.’

Zorg- en informatieplicht banken

Complexe en haast ondoordringbare materie die vraagt om goed inzicht. Maar hoe kunnen publieke instellingen dat inzicht verkrijgen? ‘Hun financiële afdelingen zijn vaak helemaal niet geëquipeerd om dit soort transacties goed in te zien’, aldus Rietveld.

Herstelkader rentederivaten bij bezit commercieel vastgoed: waar je tegenaan loopt

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Herstelkader rentederivaten bij bezit (commercieel)vastgoed: waar je tegenaan loopt

Vanwege fouten in de voorlichting van rentederivaten, hebben duizenden MKB-bedrijven recht op compensatie.  Toch ligt dat ingewikkeld wanneer je (commercieel) vastgoed bezit en dit op de balans is opgenomen. 

Jan Rietveld, van adviesbureau Treasury-linQ, beantwoordt een aantal vragen waar partijen actief in vastgoed mogelijk tegenaan lopen. 1. Wel of geen recht op compensatie uit hoofde van het Herstelkader? Wanneer je in het bezit bent van één of meerdere rentederivaten en ook vastgoed bezit dat op de balans is opgenomen, is het niet vanzelfsprekend dat je in aanmerking komt voor een compensatie van de bank uit hoofde van het Herstelkader. Wanneer het balanstotaal op afsluitdatum van de derivaten hoger was dan 20 miljoen euro val je buiten het Herstelkader rentederivaten. Voor commercieel vastgoed geldt dat al vanaf 10 miljoen euro.  2. U heeft een afwijzing van de bank voor toepassing Herstelkader. Is dit terecht? Momenteel zien wij bij diverse vastgoed relaties dat men een afwijzing krijgt van de bank op grond van zgn. “deskundigheid”. Het herstelkader schrijft voor dat partijen actief in commercieel vastgoed “deskundig” waren indien het balanstotaal op afsluitdatum hoger dan 10 miljoen euro was. Daarnaast zien wij afwijzingen op grond van “professionaliteit” of omdat men niet in Nederland gevestigd of woonachtig was.  In een aantal gevallen constateren wij dat de afwijzing niet terecht lijkt te zijn en adviseren wij bij de bezwaarmaking. 3.Zijn er andere wegen bij terechte afwijzing en wat is daarbij van belang? Indien afwijzing door de bank voor Herstelkader wel terecht blijkt te zijn, kan het toch zijn dat het rentederivaat niet passend is en dat de bank haar zorg- en/of informatieplicht heeft geschonden.  Gezamenlijk met een in de materie gespecialiseerde advocaat zal een nadere analyse dit moeten uitwijzen.  Aandachtspunten zijn dan ook (stuiting van) verjaring.  4. Indien wel recht op compensatie onder Herstelkader, klopt de compensatie dan wel? Een cruciale vraag! In de praktijk blijkt dat de aanbieding niet altijd juist is. Banken wijzen hun relaties zelf ook op controle van de gehanteerde aannames en de door hen voorgestelde compensatie. Inmiddels hebben wij diverse herstelaanbiedingen gezien met aanzienlijke verschillen in interpretatie en uitkomst Het loont zeker de moeite om tijd te steken in deze controles.  Bron: Treasury-linQ, Financieel Management, Vastgoed Journaal.

ABN Amro en Deutsche Bank moeten schade renteswap vergoeden

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

ABN Amro en Deutsche Bank hebben bij een renteswap gerekend met een te hoge negatieve waarde, en moeten daarom een schadevergoeding betalen aan een ondernemer.

Dat meldt het financiële klachteninstituut Kifid.In twee klachten van een ondernemer tegen respectievelijk ABN Amro en Deutsche Bank heeft de Geschillencommissie Rentederivaten van Kifid onlangs uitspraak gedaan.De renteswap opzich bleek een passend product te zijn, maar er was wel sprake van schade als gevolg van mismatches, omdat beide banken bij overname en herstructurering van de renteswap hebben gerekend met een te hoge negatieve waarde, aldus de Geschillencommissie. Beide banken dienen aan de ondernemer schade te vergoeden en de nog lopende renteswap moet kosteloos worden beëindigd indien de ondernemer daarom vraagt.

Renterisico

Een ondernemer heeft in 2006 een renteswap voor tien jaar afgesloten met zijn bank om zo de renterisico’s van zijn zakelijke krediet af te dekken. Gedurende de looptijd gaat de klantrelatie – en dus ook de kredietfaciliteit en renteswap – van ABN Amro over naar Deutsche Bank vanwege overname.In 2012 keert dit weer terug naar ABN Amro.  In 2016 claimt de ondernemer tevergeefs bij zowel ABN Amro als de Deutsche Bank schade, omdat de renteswap geen passend product zou zijn geweest en de banken bij overname en herstructurering van de renteswap in 2012 een te hoge negatieve waarde zouden hebben berekend.  De ondernemer komt met de banken niet tot een vergelijk, waarna hij zijn klachten heeft ingediend bij het loket Rentederivaten MKB van Kifid.

Cap of swap

Een van de vragen die voorlag was of de bank terecht een renteswap (plain vanilla swap) heeft geadviseerd, of dat dit een cap had moeten zijn, zoals de ondernemer stelt. De Geschillencommissie concludeert dat de renteswap een bij de financiële situatie van deze ondernemer passend product was. Indien de ondernemer in eerste instantie voor een cap zou hebben gekozen, had hij een premie moeten betalen en de Geschillencommissie acht het niet waarschijnlijk dat hij hiervoor zou hebben gekozen. Bij de overname en herstructurering was de cap onder de gegeven omstandigheden geen reëel alternatief.  Immers, voordat de ondernemer een cap kon afnemen, had hij eerst de negatieve waarde van de renteswap moeten voldoen.  Hiervoor ontbraken de financiële middelen.

Mismatch

Zowel bij de eerste afsluiting als bij de overname en herstructurering van de renteswap slaan de banken geen acht op het feit dat de financiering zo’n negen maanden eerder afloopt dan de renteswap.Bij Deutsche Bank is er bovendien sprake van een mismatch in de zin dat een verkeerde referentierente wordt gehanteerd. De Geschillencommissie concludeert dat betrokken banken hierdoor hun zorgplicht gebrekkig hebben ingevuld. De schade die voortvloeit uit het gebrek aan samenhang tussen de renteswap en de onderliggende financiering moet worden vergoed. Indien de ondernemer de nog lopende renteswap wil beëindigen, moet ABN Amro hieraan kosteloos meewerken.

Negatieve waarde

De Geschillencommissie oordeelt dat beide banken voor de renteswap een te hoge negatieve waarde in rekening hebben gebracht aan de ondernemer.  ABN Amro rekent bij de herstructering een te hoge negatieve waarde voor de eerste renteswap. Bij Deutsche Bank leidt de dubbele mismatch tot een hogere negatieve waarde en wordt de dagwaarde van de renteswap verschillend berekend. Rekening houdend met de destijds geldende marktcondities komt de Geschillencommissie schattenderwijs tot een schadevergoeding. De Geschillencommissie besluit dat ABN Amro en Deutsche Bank respectievelijk 10.000 euro en 45.000 euro schadevergoeding moeten betalen aan de ondernemer. Beide banken dienen ook ieder 500 euro te vergoeden aan de ondernemer voor de bijdrage aan de klachtbehandeling door Kifid. De uitspraken zijn bindend.  Partijen kunnen binnen drie maanden beroep aantekenen bij de Commissie van Beroep.

Geschillencommissie MKB-Rentederivaten van start

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Amsterdam/Den Haag, 9 augustus 2017 – Mkb’ers die een aanbod van hun bank onder het herstelkader rentederivaten accepteren, maar zich in bepaalde aspecten van het herstel niet kunnen vinden, kunnen vanaf vandaag terecht bij de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten. Het instellen van de onafhankelijke Geschillencommissie MKB-Rentederivaten volgt uit het herstelkader en is een samenwerking tussen de onafhankelijke derivatencommissie en de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB). Uitvoering herstelkader rentederivaten De derivatencommissie heeft een herstelkader opgesteld, dat door alle betrokken banken is aanvaard. Dat herstelkader bepaalt hoe de banken herbeoordelingen moeten uitvoeren en welke eventuele herstelacties moeten worden uitgevoerd om mkb’ers die rentederivatencontracten hebben afgesloten te compenseren. Onafhankelijke partijen (externe dossierbeoordelaars) controleren dat proces. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de naleving en uitvoering van het herstelkader. De banken hebben de mkb’ers een herstelaanbod gedaan of zullen dat nog doen.  De mkb’er kan dat herstelaanbod aanvaarden of afwijzen. Ook kan het herstelaanbod worden aanvaard met de kanttekening dat de mkb’er bindend advies vraagt van de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten. Op de websites van de banken staat meer informatie over de voortgang van de uitvoering van het herstelkader. Onafhankelijk en onpartijdig De Geschillencommissie MKB-Rentederivaten bestaat uit Ben Knüppe, Theo Kocken, Roger Lord en Rutger Schimmelpenninck.  Deze leden zijn benoemd door het bestuur van de SGB.  Net als de derivatencommissie opereert de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten onafhankelijk en onpartijdig. Bindend advies De uitkomst van het bindend advies van de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten is bindend voor zowel de bank als mkb’er.  Mkb’ers kunnen de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten alleen om bindend advies verzoeken op een beperkt aantal specifiek in het herstelkader omschreven punten en alleen wanneer het aanbod van de bank is geaccepteerd. Hiermee verlenen mkb’ers de bank ‘finale kwijting’, wat betekent dat ongeacht de uitkomst van het bindend advies, tussen mkb’er en bank geen geschil meer bestaat over het rentederivaat. Als de mkb’er het aanbod van de bank niet accepteert, kan hij het eventuele geschil voorleggen aan de rechter of het Kifid. Klachtengeld Het aanvragen van bindend advies kost 250 euro (exclusief btw). De bank moet dit klachtengeld aan de klant vergoeden als de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten bepaalt dat het bindend advies in het voordeel van de klant is.