Nieuws

Herstelkader Rentederivaten: antwoord op vragen agrariërs

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Herstelkader Rentederivaten: antwoord op vragen agrariërs

Volgens Rob Bekker, finance- & treasury consultant bij adviesbureau Treasury-linQ hebben veel ondernemers in de agrarische sector vragen over het Herstelkader Rentederivaten. Hij probeert de meest gestelde te beantwoorden. Zeker 20.000 MKB’ers, waaronder een grote groep agrariërs, kochten in het verleden rentederivaten om hun renterisico af te dekken. Daarbij is geleund op de adviesrol van de warme bankrelatie die vaak generaties lang in stand wordt gehouden. Nu blijkt dat er fouten zijn gemaakt, hebben de autoriteiten in 2016 aangestuurd op compensatie. Wij merken dat het intact houden van de huidige bankrelatie een belangrijke wens is binnen deze sector. Die relatie heeft zich, generatie op generatie, ontwikkeld tot een belangrijke adviesrol en die wil men niet kwijt. In dat opzicht is men voorzichtig als het gaat om advies rondom het Herstelkader Rentederivaten. Toch wijst bankonafhankelijk advies uit dat het bedrag waar de agrariër recht op heeft vaak lastig is vast te stellen. Ook bij de boekhouder ontbreekt vaak de benodigde expertise in deze complexe materie. Kloppen de aannames van banken? Dit is een cruciale vraag, want in de praktijk blijkt dat de aanbieding niet altijd juist is. Banken onderstrepen zelf ook het belang van een goede controle van de gehanteerde aannames en de door hen voorgestelde compensatie. Intussen hebben wij al diverse herstelaanbiedingen gezien met behoorlijke verschillen in uitkomst en interpretatie.  Een onafhankelijke controle kan veel verschil maken. Kan ik afwachten tot een aanbod of moet ik een actieve houding aannemen? Veel klanten hebben inmiddels een voorschot ontvangen en zijn nu een lange tijd in afwachting van een algeheel aanbod op basis van alle stappen. Door een actieve houding aan te nemen en bankonafhankelijk advies in te schakelen, bereid je je goed voor op het aanbod dat je van de bank ontvangt. Heel belangrijk aangezien de aanbieding een beperkte geldigheidsduur heeft. Snelle reactie is dus vereist. Onafhankelijke adviesbureaus kunnen tevens ondersteunen in het verdere traject door naast advies ook de eventuele verschillen in een reactie naar de bank nader toe te lichten. Schaadt het mijn bankrelatie als ik een adviseur inschakel? De lokale relatiemanager is slechts indirect betrokken bij de behandeling van individuele dossiers aangaande het Herstelkader Rentederivaten. Bij banken zijn speciale teams aangesteld die zorg dragen voor dit onderdeel. Zij zijn vanuit het hoofdkantoor op één plek in het land ingericht puur om individuele dossiers inhoudelijk te behandelen.  De bankrelatie komt bij het inschakelen van bankonafhankelijk advies niet in gevaar. Is een second opinion van mijn boekhouder of accountant betrouwbaar? In eerste instantie stapt men naar de eigen bankrelatie met vragen over het Herstelkader en wordt voor een second opinion bij de boekhouder of accountant aangeklopt. Vanwege de complexiteit van het Herstelkader, kunnen zij de materie veelal niet voldoende doorgronden. Het advies kan afwijken van waar men echt recht op heeft en dat scheelt al snel duizenden Euro’s. Accountancy houdt zich bezig met vastleggen van resultaten over een voorgaande periode, terwijl Treasury de blik vooruit heeft gericht op o.a. cash en cash flow en het beheersen van de factoren die daarop invloed uitoefenen. Twee verschillende benaderingswijzen en disciplines. Aanvullend advies is zeker op zijn plaats.

Semi-publieke organisaties grijpen mis bij herstelkader rentederivaten

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Om het MKB te compenseren voor het in het verleden afsluiten van rentederivaten, is het HerstelkaderRentederivaten ontstaan.  Maar in de praktijk is dit kader volgens Jan Rietveld van Treasury-linQ onvoldoende dekkend. ‘De semi-publieke sector valt buiten het Herstelkader, terwijl deze sector al in 2013 in de AFM Rapportage Rentederivaten is opgenomen tezamen met het MKB. De verwachting is dan ook dat er in de nabije toekomst ook voor deze sector naar een vorm van herstel gekeken zal worden.’ In het verleden kochten 20.000 MKB’ers kochten in het verleden rentederivaten om hun renterisico af te dekken. Daarbij zijn fouten gemaakt.  De autoriteiten hebben daarom in 2016 aangestuurd op compensatie, waaruit het Herstelkader Rentederivaten is ontstaan.  Hierin staat hoe banken beoordelingen moeten uitvoeren en welke herstelacties nodig zijn om het MKB te compenseren. ‘Maar hoe zit het met kleine en middelgrote organisaties uit de semipublieke sector?,’ vraagt Rietveld zich af, die inmiddels diverse accountantorganisaties heeft bijgepraat over hoe ze klanten met rentederivaten moeten bijstaan.

Geen professionele tegenpartij

Semi-pubiek wordt volgens hem nu behandeld als professionele tegenpartij van banken. ‘Als organisaties een balanstotaal van boven de 20 miljoen en vastgoed van meer dan 10 miljoen in hun bezit hebben, dan vallen ze buiten het Herstelkader’, aldus Rietveld. ‘Dat is al snel zo in het geval van middelgrote en kleine woningbouwverenigingen, maar ook in het onderwijs en de zorg. Toch hebben ze vaak niet veel meer derivatenkennis dan MKB’ers.’ Zoals de AFM in 2013 al aangaf in haar Rapportage Rentederivaten: ‘Voor een groot deel van de instellingen binnen de publieke sector geldt dat zij op basis van hun omvang classificeren als professionele cliënt volgens de MiFID-criteria. Hierbij wordt verondersteld dat professionele cliënten over de nodige kennis en ervaring beschikken. In de praktijk is echter gebleken dat dit niet altijd het geval is.’ Hierbij wordt de kans op aanschaf van niet-passende producten groter.

Verpakt in lening

Rietveld legt uit waarom dat juist zo belangrijk is. ‘Het probleem met rentederivaten is dat ze zeer lastig te waarderen en transparant te maken zijn. Vaak zijn de derivaten verpakt in een lening, een zogenaamde gestructureerde lening, wat het nog ondoorzichtiger maakt. De gevolgen voor toekomstige rentelasten en herfinancieringsrisico zijn daarmee voor deze sector onduidelijk.’ In de praktijk ziet Rietveld dan ook dat veel semipublieke instellingen zitten opgescheept met een naar de toekomst risico verleggend product met vaak hele lange looptijden en producten die niet gericht zijn op het afdekken van het renterisico maar op speculatie (verlagen rentekosten door het aangaan van nieuwe risico’s) en bijstortverplichtingen. ‘Ook dit is al in 2013 door de AFM onderkend.’

Zorg- en informatieplicht banken

Complexe en haast ondoordringbare materie die vraagt om goed inzicht. Maar hoe kunnen publieke instellingen dat inzicht verkrijgen? ‘Hun financiële afdelingen zijn vaak helemaal niet geëquipeerd om dit soort transacties goed in te zien’, aldus Rietveld.

Herstelkader rentederivaten bij bezit commercieel vastgoed: waar je tegenaan loopt

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Herstelkader rentederivaten bij bezit (commercieel)vastgoed: waar je tegenaan loopt

Vanwege fouten in de voorlichting van rentederivaten, hebben duizenden MKB-bedrijven recht op compensatie.  Toch ligt dat ingewikkeld wanneer je (commercieel) vastgoed bezit en dit op de balans is opgenomen. 

Jan Rietveld, van adviesbureau Treasury-linQ, beantwoordt een aantal vragen waar partijen actief in vastgoed mogelijk tegenaan lopen. 1. Wel of geen recht op compensatie uit hoofde van het Herstelkader? Wanneer je in het bezit bent van één of meerdere rentederivaten en ook vastgoed bezit dat op de balans is opgenomen, is het niet vanzelfsprekend dat je in aanmerking komt voor een compensatie van de bank uit hoofde van het Herstelkader. Wanneer het balanstotaal op afsluitdatum van de derivaten hoger was dan 20 miljoen euro val je buiten het Herstelkader rentederivaten. Voor commercieel vastgoed geldt dat al vanaf 10 miljoen euro.  2. U heeft een afwijzing van de bank voor toepassing Herstelkader. Is dit terecht? Momenteel zien wij bij diverse vastgoed relaties dat men een afwijzing krijgt van de bank op grond van zgn. “deskundigheid”. Het herstelkader schrijft voor dat partijen actief in commercieel vastgoed “deskundig” waren indien het balanstotaal op afsluitdatum hoger dan 10 miljoen euro was. Daarnaast zien wij afwijzingen op grond van “professionaliteit” of omdat men niet in Nederland gevestigd of woonachtig was.  In een aantal gevallen constateren wij dat de afwijzing niet terecht lijkt te zijn en adviseren wij bij de bezwaarmaking. 3.Zijn er andere wegen bij terechte afwijzing en wat is daarbij van belang? Indien afwijzing door de bank voor Herstelkader wel terecht blijkt te zijn, kan het toch zijn dat het rentederivaat niet passend is en dat de bank haar zorg- en/of informatieplicht heeft geschonden.  Gezamenlijk met een in de materie gespecialiseerde advocaat zal een nadere analyse dit moeten uitwijzen.  Aandachtspunten zijn dan ook (stuiting van) verjaring.  4. Indien wel recht op compensatie onder Herstelkader, klopt de compensatie dan wel? Een cruciale vraag! In de praktijk blijkt dat de aanbieding niet altijd juist is. Banken wijzen hun relaties zelf ook op controle van de gehanteerde aannames en de door hen voorgestelde compensatie. Inmiddels hebben wij diverse herstelaanbiedingen gezien met aanzienlijke verschillen in interpretatie en uitkomst Het loont zeker de moeite om tijd te steken in deze controles.  Bron: Treasury-linQ, Financieel Management, Vastgoed Journaal.

ABN Amro en Deutsche Bank moeten schade renteswap vergoeden

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

ABN Amro en Deutsche Bank hebben bij een renteswap gerekend met een te hoge negatieve waarde, en moeten daarom een schadevergoeding betalen aan een ondernemer.

Dat meldt het financiële klachteninstituut Kifid.In twee klachten van een ondernemer tegen respectievelijk ABN Amro en Deutsche Bank heeft de Geschillencommissie Rentederivaten van Kifid onlangs uitspraak gedaan.De renteswap opzich bleek een passend product te zijn, maar er was wel sprake van schade als gevolg van mismatches, omdat beide banken bij overname en herstructurering van de renteswap hebben gerekend met een te hoge negatieve waarde, aldus de Geschillencommissie. Beide banken dienen aan de ondernemer schade te vergoeden en de nog lopende renteswap moet kosteloos worden beëindigd indien de ondernemer daarom vraagt.

Renterisico

Een ondernemer heeft in 2006 een renteswap voor tien jaar afgesloten met zijn bank om zo de renterisico’s van zijn zakelijke krediet af te dekken. Gedurende de looptijd gaat de klantrelatie – en dus ook de kredietfaciliteit en renteswap – van ABN Amro over naar Deutsche Bank vanwege overname.In 2012 keert dit weer terug naar ABN Amro.  In 2016 claimt de ondernemer tevergeefs bij zowel ABN Amro als de Deutsche Bank schade, omdat de renteswap geen passend product zou zijn geweest en de banken bij overname en herstructurering van de renteswap in 2012 een te hoge negatieve waarde zouden hebben berekend.  De ondernemer komt met de banken niet tot een vergelijk, waarna hij zijn klachten heeft ingediend bij het loket Rentederivaten MKB van Kifid.

Cap of swap

Een van de vragen die voorlag was of de bank terecht een renteswap (plain vanilla swap) heeft geadviseerd, of dat dit een cap had moeten zijn, zoals de ondernemer stelt. De Geschillencommissie concludeert dat de renteswap een bij de financiële situatie van deze ondernemer passend product was. Indien de ondernemer in eerste instantie voor een cap zou hebben gekozen, had hij een premie moeten betalen en de Geschillencommissie acht het niet waarschijnlijk dat hij hiervoor zou hebben gekozen. Bij de overname en herstructurering was de cap onder de gegeven omstandigheden geen reëel alternatief.  Immers, voordat de ondernemer een cap kon afnemen, had hij eerst de negatieve waarde van de renteswap moeten voldoen.  Hiervoor ontbraken de financiële middelen.

Mismatch

Zowel bij de eerste afsluiting als bij de overname en herstructurering van de renteswap slaan de banken geen acht op het feit dat de financiering zo’n negen maanden eerder afloopt dan de renteswap.Bij Deutsche Bank is er bovendien sprake van een mismatch in de zin dat een verkeerde referentierente wordt gehanteerd. De Geschillencommissie concludeert dat betrokken banken hierdoor hun zorgplicht gebrekkig hebben ingevuld. De schade die voortvloeit uit het gebrek aan samenhang tussen de renteswap en de onderliggende financiering moet worden vergoed. Indien de ondernemer de nog lopende renteswap wil beëindigen, moet ABN Amro hieraan kosteloos meewerken.

Negatieve waarde

De Geschillencommissie oordeelt dat beide banken voor de renteswap een te hoge negatieve waarde in rekening hebben gebracht aan de ondernemer.  ABN Amro rekent bij de herstructering een te hoge negatieve waarde voor de eerste renteswap. Bij Deutsche Bank leidt de dubbele mismatch tot een hogere negatieve waarde en wordt de dagwaarde van de renteswap verschillend berekend. Rekening houdend met de destijds geldende marktcondities komt de Geschillencommissie schattenderwijs tot een schadevergoeding. De Geschillencommissie besluit dat ABN Amro en Deutsche Bank respectievelijk 10.000 euro en 45.000 euro schadevergoeding moeten betalen aan de ondernemer. Beide banken dienen ook ieder 500 euro te vergoeden aan de ondernemer voor de bijdrage aan de klachtbehandeling door Kifid. De uitspraken zijn bindend.  Partijen kunnen binnen drie maanden beroep aantekenen bij de Commissie van Beroep.

Geschillencommissie MKB-Rentederivaten van start

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Amsterdam/Den Haag, 9 augustus 2017 – Mkb’ers die een aanbod van hun bank onder het herstelkader rentederivaten accepteren, maar zich in bepaalde aspecten van het herstel niet kunnen vinden, kunnen vanaf vandaag terecht bij de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten. Het instellen van de onafhankelijke Geschillencommissie MKB-Rentederivaten volgt uit het herstelkader en is een samenwerking tussen de onafhankelijke derivatencommissie en de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB). Uitvoering herstelkader rentederivaten De derivatencommissie heeft een herstelkader opgesteld, dat door alle betrokken banken is aanvaard. Dat herstelkader bepaalt hoe de banken herbeoordelingen moeten uitvoeren en welke eventuele herstelacties moeten worden uitgevoerd om mkb’ers die rentederivatencontracten hebben afgesloten te compenseren. Onafhankelijke partijen (externe dossierbeoordelaars) controleren dat proces. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de naleving en uitvoering van het herstelkader. De banken hebben de mkb’ers een herstelaanbod gedaan of zullen dat nog doen.  De mkb’er kan dat herstelaanbod aanvaarden of afwijzen. Ook kan het herstelaanbod worden aanvaard met de kanttekening dat de mkb’er bindend advies vraagt van de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten. Op de websites van de banken staat meer informatie over de voortgang van de uitvoering van het herstelkader. Onafhankelijk en onpartijdig De Geschillencommissie MKB-Rentederivaten bestaat uit Ben Knüppe, Theo Kocken, Roger Lord en Rutger Schimmelpenninck.  Deze leden zijn benoemd door het bestuur van de SGB.  Net als de derivatencommissie opereert de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten onafhankelijk en onpartijdig. Bindend advies De uitkomst van het bindend advies van de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten is bindend voor zowel de bank als mkb’er.  Mkb’ers kunnen de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten alleen om bindend advies verzoeken op een beperkt aantal specifiek in het herstelkader omschreven punten en alleen wanneer het aanbod van de bank is geaccepteerd. Hiermee verlenen mkb’ers de bank ‘finale kwijting’, wat betekent dat ongeacht de uitkomst van het bindend advies, tussen mkb’er en bank geen geschil meer bestaat over het rentederivaat. Als de mkb’er het aanbod van de bank niet accepteert, kan hij het eventuele geschil voorleggen aan de rechter of het Kifid. Klachtengeld Het aanvragen van bindend advies kost 250 euro (exclusief btw). De bank moet dit klachtengeld aan de klant vergoeden als de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten bepaalt dat het bindend advies in het voordeel van de klant is.

Banken krijgen nog steeds alle vrijheid in derivatendossier

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Wie heeft het voor het zeggen in het rentederivatendossier? Elke keer als de afhandeling van de schade door de banken vertraging oploopt, en repercussies uitblijven, klinkt die vraag weer luider. Het gaat om de uitvoering van het zogenoemde uniform herstelkader rentederivaten.  Een commissie van wijzen heeft dat kader in 2016 opgesteld, in opdracht van toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Er waren twee doelen.Ten eerste, compensatie voor de mkb’ers die onvoorziene schade leden door hun derivaten toen de marktrente daalde.Ten tweede, een coulancevergoeding voor een andere groep mkb’ers – die geen directe schade hadden – omdat de banken hun zorgplicht hadden geschonden bij de verkoop van de derivaten en advisering over de risico’s. Afgelopen week was het weer zover: de nieuwe minister van Financiën, Wopke Hoekstra, moest de Kamer melden dat voor de zoveelste keer vertraging optreedt bij de uitvoering van het kader, dat door sommigen cynisch al het ‘uitstelkader’ rentederivaten wordt genoemd.  Het mantra dat daarbij herhaald wordt: het kader is uiterst complex en banken hebben hun systemen niet ingericht voor de historische reconstructies van klantdossiers die noodzakelijk zijn voor de uitvoering. Dat de banken zelf ‘ja’ hebben gezegd tegen dat kader lijkt gemakshalve te zijn vergeten.

Haperend toezicht

De nieuwste vertraging is dus de zoveelste in een dossier dat al ruim vijf jaar loopt. Na een hausse aan klachten zette de AFM het probleem in 2012 op de kaart. Aanvankelijk werd de oplossing van de problemen aan de sector zelf overgelaten.  Vervolgens bleek dat banken zowel bij het berekenen van de schade als bij het bepalen van de betrokken groep mkb’ers wel heel gretig naar zichzelf toerekende.  Dat werd pas laat bekend, omdat het toezicht van de AFM op het proces aan alle kanten haperde.  Dijsselbloem haalde het dossier daarop ‘half’ weg bij de AFM en vroeg een onafhankelijke derivatencommissie het kader op te stellen voor het vergoeden van de schade. De AFM houdt sindsdien wel toezicht op de uitvoering door de banken, maar haar speelruimte is beperkt.  Het kader is namelijk een afspraak tussen private partijen over schade, en dat is een terrein waar de toezichthouder geen mandaat heeft. Er is nog geen licht aan het eind van de tunnel.  Sterker: sinds de laatste AFM-tussenrapportage van vorige week is de onzekerheid voor mkb’ers alleen maar verder toegenomen. De planning van banken is door alle complexiteit onzeker geworden, schrijft de AFM.

Woeste reacties

Mkb’ers en hun belangenvertegenwoordigers reageren, net als bij eerdere vertragingen, woest, maar hun protest spat uit elkaar als een zeepbel op een muur.  Ze kunnen roepen om verhoging van de wettelijke rente die banken over de schade moeten betalen, om het uitkeren van onvoorwaardelijke voorschoten of om het stellen van harde deadlines en sancties bij overtreding, het leidt allemaal tot niets.  Minister van Financiën Hoekstra, net als diens voorganger Dijsselbloem, vindt dat het allemaal sneller zou moeten, maar weigert hard in te grijpen.  De bezweringsformule luidt ‘druk houden op de sector’.  De derivatencommissie heeft geen enkel mandaat om in te grijpen bij de banken en toezichthouder AFM gunt de sector voorlopig de tijd. Een AFM-woordvoerder laat weten dat ‘de lange adem van de toezichthouder natuurlijk ook een keer ophoudt’, maar dat nog wordt ingezet op uitvoering van de afspraken zoals die gemaakt zijn met de banken. Of boetes voor het niet op orde hebben van dossiers tot de mogelijkheid behoren – iets wat de toezichthouder wél kan doen – kan de woordvoerder niet zeggen. Evenmin wil ze iets kwijt over de manier waarop de AFM al dan niet achter de schermen druk zet op de sector. Zo bezien is slechts één conclusie mogelijk: de banken trekken in het derivatendossier ruim vijf jaar na dato nog altijd aan de touwtjes.

Vijf meest door accountants gestelde vragen over Herstelkader rentederivaten

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties
belastingontwijkingsconstructies20.000 MKB-bedrijven kochten één of meerdere rentederivaten. Hierbij zijn bijvoorbeeld in de voorlichting fouten gemaakt. De autoriteiten hebben gesommeerd tot compensatie.  Hieruit is het Herstelkader rentederivaten ontstaan. In veel gevallen komen ondernemingen met hun vragen over dit onderwerp bij hun accountant terecht.  Jan Rietveld van adviesbureau Treasury-linQ heeft een top vijf samengesteld van de meest aan hem gestelde vragen van accountants en die vragen van antwoorden voorzien.

  1. Heb ik als accountant ook te maken met het Herstelkader rentederivaten? Bied ik als accountant zelf dienstverlening aan of moet ik specialistisch extern advies inschakelen?

Eigenlijk hebben alle accountants met het Herstelkader te maken. In iedere portefeuille zitten één of meerdere MKB-bedrijven met een rentederivaat. Ik merk dat accountants niet graag met deze materie bezig zijn; het “cash denken” is een andere manier van denken. Hun kennis bevindt zich voornamelijk op andere vlakken. Het ontbreken van de juiste software, zoals toegang tot Bloomberg, Reuters of andere derivaten software, is hiervan een voorbeeld. Hierdoor kunnen accountants (meestal) zelf niet berekenen of een vergoeding door een bank correct is.

  1. Zouden mijn klanten zich proactief hierop moeten voorbereiden of kunnen zij een meer afwachtende houding aannemen?

Wij raden af om te wachten. Wanneer banken een aanbieding doen, vragen zij tegelijkertijd om binnen vier weken inhoudelijke hierop te reageren. De aanbieding heeft een beperkte geldigheidsduur. Als relaties pas na het ontvangen van de aanbieding moeten beginnen met het verzamelen van gegevens en de hulp inschakelen bij het berekenen van de compensatie waar ze recht op hebben, zijn ze al snel te laat.

  1. Klopt de herstelaanbieding/compensatie van de bank?

Een cruciale vraag! In de praktijk blijkt dat de aanbieding niet altijd juist is. Banken wijzen hun relaties zelf ook op controle van de gehanteerde aannames en de door hun voorgestelde compensatie. Inmiddels hebben wij diverse herstelaanbiedingen gezien met aanzienlijk verschillen in interpretatie en uitkomst. Het loont zeker de moeite om tijd te steken in deze controles.

  1. In de media heb ik gelezen dat banken niet altijd hun dossier compleet hebben.  Wat heeft dit voor invloed op mijn klanten?

Dit kan absoluut invloed hebben. Er is wederom vertraging in het Herstelkader rentederivaten opgetreden, omdat banken hun data en systemen niet (geheel) op orde hebben, zo viel recentelijk te lezen in FD en BNR. Dat zegt genoeg.  Accountants zouden hun relaties moeten adviseren om niet af te wachten. Tijdige voorbereiding met eigen data en gegevens is belangrijk.

  1. Hoe verwerk ik als accountant (een voorschot van de bank op) de compensatie boekhoudkundig en fiscaal?

Wij adviseren om onderscheid te maken tussen de finale compensatie en het voorschot vooruitlopend op de finale compensatie. Het laatste heeft een minder definitief karakter. Het voorschot is niet definitief; deze kan een relatie ook niet accepteren of kan achteraf (deels) worden teruggedraaid indien er geen akkoord is over de algehele compensatie. Voor de definitieve verwerking (boekhoudkundig/fiscaal) winnen wij advies in bij een in de materie gespecialiseerde samenwerkingspartner. Bron: Accountancy van Morgen.

Vertraging in derivatendossier door gebrekkige data en systemen

by Treasury-linQ Treasury-linQ Geen reacties

Duizenden mkb’ers die ongunstige rentederivaten hebben gekocht, krijgen voorlopig geen aanbod voor schadeherstel omdat hun banken de data en automatiseringsprocessen niet op orde hebben. Zo zijn bij de meeste banken in de systemen de derivaten van de ondernemer niet gekoppeld aan de betreffende leningen.

Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten
Toezichthouder Autoriteit Financiële MarktenHarold Versteeg | HH

Dat concludeert toezichthouder AFM in een tweede evaluatie van het herstelplan voor gedupeerde ondernemers met rentederivaten. In het rapport bevestigt de AFM nog eens dat alleen de twee banken met de minste mkb-klanten de deadline van eind 2017 halen. Zij sturen al hun klanten met derivaten een aanbod voor schadeherstel. De overige vier banken halen die eerder toegezegde datum niet.

Onvoorziene kosten, onvoldoende voorlichting

Het is onduidelijk welke banken wel en welke niet op tijd kunnen leveren. ABN Amro, Deutsche Bank, ING, Rabobank, SNS (Volksbank) en Van Lanschot verkochten afgelopen jaren rentederivaten aan een kleine 20.000 mkb’ers. Het idee was dat de ondernemers werden beschermd tegen stijgende rentes. Maar toen de rente daalde, kwamen ze voor hoge onvoorziene kosten te staan, zonder dat ze daarover goed waren voorgelicht.  De AFM geeft vrijdag in de tussenrapportage uitgebreid aan waarom de vier banken de deadline van eind dit jaar niet halen. De automatisering van dossiers blijkt volgens de toezichthouder vaak zo lastig dat banken ze alleen maar handmatig kunnen beoordelen.

Slechte kwaliteit van data

Daarnaast blijken de databases niet uitgerust om de geschiedenis van de derivaten- en leningverkoop boven tafel te kunnen halen.  En regelmatig blijkt de kwaliteit van de data onvoldoende om de hoogte van de compensatie simpel te berekenen. De AFM: ‘Het is onzeker wanneer de problemen zijn opgelost bij de betreffende banken. Dit betekent ook dat de door banken afgegeven planningen onzeker zijn.’

‘Ik ben niet tevreden over de voortgang van de banken’

• Minister Wobke Hoekstra (Financiën)

Minister Wobke Hoekstra van Financiën zegt in een brief aan de Tweede Kamer over de AFM-rapportage ‘niet tevreden’ te zijn over de voortgang van de banken. In zijn kennismakingsgesprekken met de banken zal hij daar aandacht voor vragen.

Paar honderd herstelvoorstellen

Tot eind oktober, het moment van de evaluatie, hadden nog geen 400 mkb’ers een voorstel voor herstel ontvangen. Hoeveel ondernemers dat voorstel hebben geaccepteerd is niet bekend.  In totaal hebben banken zo’n €1,5 mrd gereserveerd om het derivatendossier af te handelen.

€1,5 mrd

Bedrag dat banken hebben gereserveerd om het derivatendossier af te handelen.

De vier banken die het niet lukt klanten een voorstel te geven, bieden op aandringen van de AFM 1 januari 100% van de zogenoemde ‘coulancevergoeding’ als voorschot aan.Dat is een percentage van de betaalde rentes, afhankelijk van de omvang van het derivaat. Tot eind oktober was er voor €400 mln aangeboden via die regeling.  Een volgende AFM-evaluatie van het schadeherstel voor gedupeerde mkb’ers zal waarschijnlijk in de zomer volgen.